Fysiotherapie en Parkinson

De ziekte van Parkinson is een van de meest voorkomende aandoeningen van het zenuwstelsel onder ouderen.
Mensen met de ziekte van Parkinson hebben een tekort aan dopamine in hun hersenen. Dopamine zijn nodig om de signalen van de ene naar de andere hersencel door te geven. Door een tekort aan dopamine worden de spieren niet goed aangestuurd. De ziekte wordt dan ook gekenmerkt door bewegingsstoornissen: trage bewegingen, spierstijfheid en/of ritmische trillingen van een of meer ledematen. Door de verstoorde motoriek ontstaan er meestal moeilijkheden met alledaagse bewegingen zoals draaien in bed, opstaan en lopen.
Voor mensen met de ziekte van Parkinson is bewegen een goede manier om het vertrouwen in het lichaam te herstellen. Bewegen bevordert de conditie, verbetert de kracht en vermindert de angst om te vallen.
Oefentherapie en bewegingsprogrammas zijn daarom goed voor patiënten met de ziekte van Parkinson.
Wat kan de fysiotherapie voor de mensen met de ziekte van Parkinson betekenen?
De fysiotherapie kan mensen met de ziekte van Parkinson helpen om weer makkelijker, vrijer en zelfverzekerder te kunnen bewegen. Fysiotherapeuten kunnen de patiënten leren, om beter met alledaagse bewegingen om te gaan bv het draaien in bed, opstaan en het lopen. Door fysiotherapie kunnen de patiënten leren, zich veilig te bewegen, bv bij het omgaan met obstakels en het mijden van dubbeltaken. Bewegen behoudt de zelfstandigheid en heeft een positieve uitwerking op overige klachten zoals botontkalkingen, spijsverteringsproblemen en hartfalen.
Het wordt geadviseerd om op vijf dagen minstens 30 minuten per dag te bewegen in de vorm van zwemmen, wandelen en fietsen. Het halve uur kan ook in twee blokken van 15 minuten gesplitst worden. Hiermee worden conditie en kracht goed onderhouden.